Reichards wever
Ploceus reichardi

Algemeen

English: Tanganyika Masked-Weaver, Lake Lufira Weaver, Lake Tanganyika Weaver, Tanzanian Masked Weaver
Deutsch: Reichardweber
Français: Tisserin de Reichard

Taxonomie: Ploceus reichardi Reichenow, 1886*, Karema, east shore of Lake Tanganyika, Tanzania.

Uiterlijke kenmerken

De Reichards maskerwever is moeilijk te onderscheiden van een aantal andere maskerwevers uit het geslacht Ploceus. Desalniettemin zijn er een aantal karakteristieke punten waarop de soort is te herkennen.
De man heeft rode ogen, wat hem onderscheid van de Noordelijke maskerwever (Ploceus taeniopterus) en een ongestreepte staartbasis bij de stuit, in tegenstelling tot de dottergele wever (Ploceus vitellinus). Daarnaast heeft de Reichards maskerwever een ronder masker dan de dottergele wever. De Reichards maskerwever heeft een rond masker dat zwart is van kleur en sterk lijkt op dat van de Noordelijke maskerwever. Het heeft dan ook geen scherpe aftekening en loopt wat puntig toe op de borst. De randen van het masker zijn kastanjebruin van kleur en dit zorgt ervoor dat het masker geen scherpe aftekening heeft, maar over lijkt te vloeien in de gele bevedering van de rest van het lichaam. Het masker loopt over het oog, tot het midden van de bovensnavel. Het voorhoofd heeft ook kastanjebruine bevedering, maar dit strekt zich niet verder dan tot boven het oog.
Het belangrijkste kenmerk om mannen van deze soort te onderscheiden van gelijkende soorten, in prachtkleed, is de oranje waas die zichtbaar is op de midden– en zijborst, buik, flank en uiteindelijk overvloeit in geel bij de anaalstreek. Deze eigenschap, in combinatie met de oogkleur, maskervorm en bovenstaande, vormt een goede basis voor een zekere determinatie.
De mantel is dof geel tot olijfgroen en fijntjes gestreept. De vleugel en staart bestaan uit zwarte veren met gele randen. Op de vleugelbocht loopt een enkele gele teugel. De snavel van de man is zwart in het broedseizoen en de poten zijn hoornkleurig.
De pop is erg moeilijk te onderscheiden van gelijkende soorten, maar ook hier zijn er een aantal punten die determinatie mogelijk maken. De meeste poppen van Ploceus–soorten hebben namelijk een hoornkleurige snavel. De snavel van de Reichards maskerwever pop heeft een loodgrijze kleur. Ze heeft een opvallende gele wenkbrauwstreep. De keel is geel en de buik, alsook de anaalstreek, zijn vuil wit tot zeer vaal geel van kleur. De borst is warm geel tot bruin van kleur. De kop, nek, mantel, en stuit zijn olijfgroen. De mantel is wat grover gestreept dan de man. De kruin en nek van de pop zijn fijntjes gestreept. De mantel heeft dus grovere strepen dan op de kruin. De vleugels bestaan uit donkere veren met een zeer licht bruine omlijning. De tekening op de vleugels is gelijk aan de man.
Beide geslachten hebben rode ogen, maar de ogen van de man zijn feller van kleur dan bij de pop. Ze meten 13 centimeter. Het is dan ook een tamelijk kleine soort binnen het geslacht Ploceus.
De Reichards wever heeft veel uiterlijke gelijkenis met andere maskerwevers, maar staat genetisch gezien het dichts bij de Katanga maskerwever (Ploceus katangae).

Monotypisch

De Reichards wever is monotypisch; dwz geen ondersoorten.

Verspreidingsgebied en biotoop

Leefgebied: De Reichards maskerwever komt voor in het westen en zuiden van Tanzania en het noordoosten van Zambia.
Het is een bewoner van dichter begroeide graslanden, waar veel Acacia's dicht op elkaar groeien. Deze soort is alleen te vinden in de nabijheid van water.

 

Huisvesting

De eisen ten behoeve van verzorging, huisvesting en voeding zijn grotendeels vergelijkbaar met die van de andere maskerwevers.
Deze soort vereist, zeker wanneer samengehouden met andere vogels, een ruimere volière en is ongeschikt voor broedkooien of kleinere binnenvolières. De volière kan ingericht worden met grote takken. De volière beplanten heeft weinig zin aangezien de vogels deze zullen slopen. Dit gedrag komt voor uit hun natuurlijke situatie waar ze de nesten beschermen tegen grazende giraffes. Ze plukken alle blaadjes van de takken zodat deze niet takken niet meer interessant zijn voor de giraffes en de nesten dus veilig zijn. De vogels bouwen hun nesten in afhangende takken van Acacia's. Hier kan in de volière op ingespeeld worden door afhangende meidoorntakken aan het dak van de volière te bevestigen.
In de natuur is de soort alleen te vinden in de nabijheid van water. Ze bouwen de nesten vaak boven het water, om nestrovers op afstand te houden. Daarnaast baddert deze soort graag. Het is dus aanbevelingswaardig om een ondiepe beekloop of vijvertje in de volière te plaatsen. Het bodemoppervlak van het verblijf kan bestaan uit gras of een zand. Leg hoe dan ook onder de nesten een laag zand. De ontlasting van de jongen en ouders verzamelt zich onder de nesten. Een zandlaag is dan makkelijker te vervangen wat de hygiëne ten goede komt.
De vogels zijn sterk en, wanneer goed geacclimatiseerd, kunnen deze soorten prima in de buitenvolière verblijven. Er moet wel ten alle tijden toegang zijn tot een droog en tochtvrij nachthok. Vorst wordt goed verdragen maar bijverwarming in de winter is wenselijk.

Sociale eigenschappen

De Reichards maskerwever is een tamelijk vriendelijke soort. Dit moet relatief genomen worden daar het uiteraard temperamentvolle vogels zijn. Zijn geringe grootte en (voor een Ploceus–soort) milde temperament, maken hem beter geschikt om met andere soorten wevers samen te houden. Mocht hiervoor gekozen worden, dan dienen er een aantal zaken in acht genomen te worden. Plaats deze soort niet samen met andere Ploceus–soorten. Grotere soorten uit dit geslacht zijn dominanter en zullen in conflict komen met deze soort. Kleinere soorten en soorten van gelijke grootte hebben grote kans om te kruisen. Deze soort kan dan beter worden gecombineerd met soorten die zich lager in het verblijf bevinden. Hierbij is te denken aan vlammenwevers, franciscanerwevers, maar ook bijvoorbeeld mussen.
Uiteraard is het voor een succesvolle kweek aan te raden deze soort op zichzelf te huisvesten zonder medebewoners van een andere soort. Houdt de soort in kolonievorm, waar een verhouding van minimaal twee poppen per man aangehouden dient te worden.
De mannen vertonen wel agressie jegens elkaar, maar dit uit zich zelden tot niet in gevechten. Dit is uiteraard mede afhankelijk van de grootte van het verblijf.

Voeding

In de natuur eten deze wevers voornamelijk zaden, aangevuld met blad van zachtbladige planten, alsook insecten.
In de volière geven we de vogels een basis van gemengd tropenzaad met aanvulling van wat grotere zaden. Zie voor de voeding van deze soort ook het speciale mengsel voor Ploceidae.
Eivoer moet voornamelijk in het broedseizoen verstrekt worden, maar kleine hoeveelheden kunnen het gehele jaar door verstrekt worden. Het tropenzaad kan aangevuld worden met insectenpaté, alsook levende insecten. Insecten die verstrekt kunnen worden zijn meelwormen, buffalowormen en spinnen. Insectenpaté wordt ook opgenomen maar voor de jongen is levend voer noodzakelijk.
Vruchten worden door deze soort ook opgenomen en mogen niet op het menu ontbreken. Men kan dan denken aan appel, sinaasappel, banaan. Als groente kan men komkommer en sla aanbieden. Ook dit wordt goed opgenomen.
Zowel grit, maagkiezel als sepia mogen niet in het dieet van deze vogels ontbreken en moeten verstrekt worden zodat de vogel er naar genoegen van op kan nemen.

Voortplanting

Er is zeer weinig bekent over de voortplanting van de Reichards wever.
Onderstaande gegevens zijn dan ook gebaseerd op gegevens die bekent zijn van gelijkende soorten.

 

De Reichards maskerwever broedt in de nabijheid van water. De nesten worden gebouwd aan afhangende takken van Acacia's. In avicultuur is dit na te bootsen door afhangende meidoorntakken te bevestigen boven of naast een beekloop.
Bevestig op diverse plaatsen in het verblijf deze takken aan het dak. De vogels kunnen dan zelf een geschikte nestplaats uitkiezen. Indien men meerdere mannen huisvest, kunnen deze zo ook zelf een eigen territorium vestigen.
De mannen bouwen hun nesten met verse grassen en strips van bladeren. De verse bladeren zijn makkelijk te verwerken voor de vogels en harden uit zodra ze indrogen, wat het nest zeer sterk maakt. Biedt dus veel verse grassen aan in het broedseizoen en de aanloop hiertoe.
De pop bekleedt de binnenkant van het nest met zachte materialen als veertjes, wol of pluisjes. Het valt veelal niet op dat de pop zit te broeden aangezien ze snel van het nest af gaat wanneer de volière benaderd wordt.
De pop broedt ongeveer 14 dagen op 1-3 eieren.
Het nest blijft ten alle tijden schoon en er wordt geen ontlasting in gevonden. De jongen groeien redelijk snel en na ongeveer 15 dagen zullen ze dan ook volledig in de veren zitten en vliegen de jongen uit. De pop voert de jongen nog gedurende ruim twee weken, tot de jongen volledig zelfstandig zijn. De man helpt slechts zelden bij de verzorging van de jongen, maar is wel beschermend naar de jongen. Bij de jongen die later in het seizoen uitvliegen, helpt de man meer mee in het voeden. Meerdere legsels per jaar zijn geen uitzondering en als er meerdere poppen per man gehuisvest worden, zal de man nesten bouwen voor meerdere poppen. Hij kan meerdere poppen tegelijk onderhouden.

 

Let op!
Deze soort hybridiseert met andere Ploceus–soorten, waaronder andere maskerwevers en zwartkopwevers. Houdt de soort dus gescheiden van andere Ploceus–soorten.

 

De vogels kunnen geringd worden met ringmaat 3.2.

 

* Naam van de eerste auteur die deze vogelsoort een wetenschappelijke naam gaf, en het jaar waarin dat gebeurde.
Is de eerste wetenschappelijke naam nadien gewijzigd, dan staat de auteursnaam en het jaartal tussen haakjes.